“Af en toe Soof, ben je echt net een klein kind.” 
Ik probeer mijn gezicht in plooi te houden. 
“Ik zie het meer als artistieke vrijheid. Ik heb het eerst lief gevraagd, en toen dat niet genoeg bleek te zijn, besloot ik een beetje creativiteit in het spel te gooien.”  Mijn therapeut kijkt me geamuseerd aan. “Echt letterlijk iedereen zou zich er gewoon bij neerleggen.” 
Ik haal mijn schouders op. “Ik niet.” 
Dan schiet de therapeut in de lach. Ze klapt haar notitieboek dicht en buigt zich voorover. “Oké, even tussen ons. Hoe heb je dan voor elkaar gekregen om onder toeziend oog van een socio, toch die nectarine op te eten?”
Ik glimlach.
“Laten we het zo zeggen… Deze nectarine was in disguise.”

Mijn eerste maand in de kliniek zat erop, en ik begon een beetje gewend te raken aan het idee dat het de bedoeling was om elke dag te eten. Echter had ik na 31 dagen schoon genoeg gekregen van de verplichte appel en peer die ik elke dag moest eten. Als grote liefhebber van zomerfruit, verlangde ik naar een sappige nectarine, of een schaaltje rode bessen.
Nu moet je begrijpen wanneer je bent opgenomen in een kliniek, je vrijwel alles uit handen wordt genomen. Keuzes die een gemiddeld mens elke dag mag maken, zijn in een kliniek niet vanzelfsprekend. De theorie is dat je eetstoornis aan het begin te veel overheerst om gezonde keuzes te kunnen maken. Je mag niet naar buiten zonder toestemming, je mag niet lopen zonder toestemming, je moet verplichte uren rusten, en alles wat je eet, wordt voor jou bepaald.

Zo heb je een eetlijst waarop exact omschreven staat wat/hoe laat/hoe veel iemand moet eten. Dit wordt tot op de millimeter afgemeten, en afwijken van de lijst is strikt verboden.
Etenswaren die afwijken van het reguliere assortiment moeten eerst worden besproken met een behandelaar. Omdat geen enkel van mijn behandelaren of persoonlijk begeleiders aanwezig waren, raapte ik al mijn moed bij elkaar en stapte ik af op de sociotherapeut die op dat moment de groep begeleidde.
Helaas had ik pech, en trof ik een sociotherapeut die niet flexibel was op dat gebied. “Nectarines zijn geen normaal fruit Sophie, dus dat hebben wij hier niet en dat mag je niet eten.”
Diezelfde avond mopperde ik uit bij een vriendin. “Nee serieus, dat zei ze echt. Ze vindt nectarines niet normaal, dus ik mag het niet eten. Kijk, als ik nou het verzoek had gedaan om een kakifruit te mogen eten, dan had ik het begrepen. Dat is ook gewoon raar fruit. Het smaakt nergens naar en niemand eet dat vrijwillig. Maar een nectarine?”.
En terwijl ik doorpraatte, borrelde ergens diep van binnen een idee op. Een manier om tóch het fruit te kunnen eten waar ik zo naar verlangde, zonder dat iemand er moeilijk over zou doen.
Je zou kunnen zeggen dat ik ook gewoon een nectarine had kunnen kopen en hem in mijn vrije tijd had kunnen opeten, maar als doorgewinterde anorect vertikte ik het om vrijwillig meer calorieën te eten dan me werden voorgeschreven.

Wanneer je zo weinig mag en nergens regie over hebt, worden de meest kleine dingen al een punt van discussie. Iets waar je in je gewone leven totaal geen waarde aan hecht, kan in een eetstoorniskliniek een big deal zijn. Niet zozeer omdat de situatie op zichzelf zo belangrijk is, maar omdat je het gevoel wil hebben dat ook jij inspraak hebt.

Zo ook het discussiepunt wat “normaal” fruit is. Nu liggen mijn persoonlijke interesses doorgaans elders dan de al dan niet normale aard van een stuk fruit, maar de kliniek lag de situatie íetsjes gevoeliger.
De insinuatie dat ik iets niet zou “mogen” trok me uiteindelijk naar de duistere zijde, en zo werd mijn persoonlijke levensmissie, om hoe dan ook vóór het einde van de week nog een nectarine gegeten te hebben, gecreëerd.

Ik pak mijn tas en rits hem open. “In de praktijk was het vrij simpel. Iedereen verwachtte dat ik een appel zou eten, dus het leek mij het verstandigste om mee te gaan in die illusie.” Het is even stil in de kamer, en ik zie mijn therapeut diep nadenken.
“Toen realiseerde ik me dat een appel en een nectarine best wel op elkaar lijken, dus ben ik op zoek gegaan naar een paar dat perfect op elkaar leek. Maar toen miste er nog iets belangrijks. And you know what they say: the devil is in the detail.”

Dan haal ik de laatst overgebleven nectarine uit mijn tas, en leg hem op tafel. Mijn therapeut fronst en kijkt aandachtig naar het stuk fruit. “Het lijkt inderdaad net een appel, maar wat was nou dat detail?”
Ik grijns, en draai de nectarine naar haar toe.

Op de voorkant van de nectarine, prijkt een keurig geplakte Elstar sticker.