“Ik heb even géén zin in gedoe van jou, en jij weet héél goed waarom!” De sociotherapeut werpt een laatste boze blik op een van mijn mede-cliënten en loopt daarna de kamer uit.
Na een maand in de kliniek, keek ik inmiddels nergens meer van op: de vrouw was waarschijnlijk weer betrapt op het wegsmokkelen van mijn tussendoortje. Ik las weer verder in mijn boek en was alweer half vergeten wat er was gebeurd, tot ik mijn naam hoorde. “He. Sophie. Hé, pssst”.
De magere vrouw aan de overkant van de tafel probeert contact met me te maken. Ik zucht. De betreffende vrouw stond bekend om haar ellenlange monologen en daar had ik nou niet bepaald behoefte aan, “hmm?”

“Zag je die mannen van de technische dienst net bezig met het plafond? En weet je die bakken groente die waren verdwenen nog?” Ik sla mijn boek dicht en de vrouw buigt zich samenzweerderig naar me toe. “Nou, die zijn  dus weer gevonden.”
Ik staar haar verbijsterd aan.

“Wacht. Probeer je me nou te vertellen dat je wortels in het plafónd hebt gestopt?

Een kwartier later was ik op de hoogste van het volledige verhaal. Ik wist al dat vrouwen met anorexia vindingrijk zijn, maar dit was toch wel het toppunt. Het was de vrouw gelukt om één van de vierkante platen in het plafond te verschuiven, de bakken met eten in het plafond te zetten, en de plaat toen weer dicht te schuiven. Dit allemaal, zonder dat ook maar één iemand het had gezien.

Enkele dagen voor dit incident, was het slot op de koelkast kapot gemaakt. Dit had als gevolg dat er vrijwel dagelijks eten werd gestolen. Soms door mensen die vonden dat ergens te veel calorieën in zaten en de producten weggooiden en soms door mensen die met het gehamsterde voedsel een eetbui hielden.  Acties als het breken van zo’n slot of het stelen en verstoppen van eten, illustreerden alleen maar hoe bizar krachtig een eetstoornis kan zijn. Geen deur of slot houdt het tegen: als een eetstoornis écht iets wil, dan krijgt hij zijn zin. Ik keek al tijden meer nergens van op, en eigenlijk moest ik stiekem wel lachen om het idee van een extreem magere vrouw, die op één of andere manier sterker was dan een kettingslot.

Voor de rest kon ik me er niet echt druk om maken. Ik vond al het eten dat we kregen verschrikkelijk en als er iets verdween, kwam er soortgelijk eten voor in de plaats. In tegenstelling tot een aantal van mijn medecliënten, had ik niet de illusie dat het stelen, verstoppen of weggooien van eten daadwerkelijk zin had. Ik was meer van het ‘simpele’ weigeren: wilde ik iets niet, dan at ik het niet.


Hoewel het strikt verboden was voor cliënten om voorafgaand aan het diner te weten wat er op het menu stond (dit omdat sommige mensen vooraf gingen sporten om de betreffende kcal alvast te verbranden), was deze regel niet meer te handhaven toen het slot was gebroken. De maaltijden werden rond 1500 ’s middags in de koelkast gezet, en een kwartier later was iedereen op de hoogte van de maaltijd die dag. Zo ook op de dag dat de wortels werden gestolen.

Er werd gezocht, maar de wortels doken niet op. Hoewel het onmogelijk zou moeten zijn gezien het formaat van de bakken, leken ze van de aardbodem verdwenen. Achteraf bleek dit ook zo te zijn, letterlijk. Uiteindelijk werd er besloten dat we die avond een andere groente zouden krijgen, en vergat iedereen over de gestolen groente.
Tot er een aantal dagen later een vreemde geur op de gang hing.

Het plafond werd opengebroken, en daar waren ze: de verdwenen wortels.

Ik pak mijn boek, sta op en wil de woonkamer uitlopen. Bij de deur bedenk ik me en draai ik me om.
“Zeg, als je nou de volgende keer weer iets wil weghalen… Doe me dan een plezier, laat de groente liggen en jat dan de bami met satésaus wil je?”