“Oh leuk! Een hond in opleiding! Leid jij hem op? 1 keer aaien maakt vast niet uit toch?” De vrouw maakt al aanstalten om Pippa te aaien. Omdat het niet tot haar door lijkt te dringen wat er op het hulphondenhesje staat, til ik Pippa op en zet ik een stap achteruit.
“Jawel, ook één keer aaien maakt uit. Ze is een hulphond in opleiding en moet leren dat ze tijdens haar werk niet op anderen mag letten. Zoals u duidelijk kunt lezen op haar dekje: niet afleiden. Dat u nu uw hand naar haar uitsteekt en tegen haar praat, leidt haar al af.”
De vrouw kijkt me boos aan. “Het is een puppy, die hoort te spelen. Dit is hartstikke zielig!”

Sinds ik ben begonnen met het opleiden van Pippa, krijg ik twee verschillende type reacties. De ene groep mensen vindt het top, laten mij weten hoe knap ze het vinden wat ik Pippa leer, en laten haar verder met rust. Ik heb prachtige reacties gehad: een vrouw die met tranen in haar ogen vertelde hoe speciaal ze het vond wat Pip voor mij doet, een moeder die vertelde dat haar dochter met eetstoornis ook zoveel had aan haar hond of een omstander die vraagt of ik het erg vond om te vertellen waar pip voor wordt opgeleid. Dit type respectvolle reacties maakt mij ontzettend trots en blij. Het ontroert me dat mensen zo reageren.

De tweede groep mensen vindt het zielig dat ze niet mag worden geaaid, en denkt dat de hond niks anders doet dan de hele dag commando’s opvolgen. Ze vertellen mij dat het “mishandeling” is, kiezen ervoor om de tekst op haar dekje te negeren en tóch te roepen en te aaien, of in het ergste geval krijg ik een schreeuwende tirade over me heen (ja, echt). Omdat ik dit type reacties een beetje zat begin te worden, leek dit mij het perfecte moment voor een kleine snelcursus “pip in opleiding”. Vraag jij je wel eens af of het niet slecht is voor een puppy om tot hulphond opgeleid te worden? Dan is deze blog wat voor jou.

Nu we aan het begin van Pippa’s opleiding zitten, draagt ze ongeveer een uurtje per dag haar dekje. Tijdens dat uur leer ik haar dat ze, wanneer ze het dekje draagt, niet mag reageren op externe prikkels. Hoe? Door haar te belonen wanneer ze de prikkels negeert. De rest van de dag draagt ze geen dekje, en mag ze gewoon spelen: op deze manier leert ze het dekje te associëren met bepaald gedrag.

Lang niet iedereen is geschikt om zijn/haar eigen hulphond op te voeden: ik ken ook meerdere situaties waarin het is misgegaan en de hond zich niet gedraagt volgens de maatstaf van een officiële hulphond.
Laat je je pup te weinig in contact komen met mensen en dieren, dan socialiseert ze niet goed en krijg je een hond die ongewenst gedrag gaat vertonen naar anderen. Stel je geen grenzen, dan leert een pup niet wat wel/niet is toegestaan. Overigens geldt dit niet alleen voor hulphonden.
Een springende puppy is misschien schattig, maar een volwassen hond die springt not so much. Hierbij geldt: jong geleerd, is oud gedaan. Oftewel: het trainen van een jonge hond, zorgt simpelweg dat ze haar hulphondentaak als ze volwassen is veel beter kan uitvoeren.

Je kunt dus stellen dat een goed opgevoede (hulp)hond voortkomt uit een combinatie van genoeg vrijheid, binnen duidelijke grenzen.
Maar laten we de situatie eens op een andere manier bekijken:

Stel, jij wil je kind leren zijn tanden te poetsen voor het slapengaan. Wil je hem dit aanleren, dan is het belangrijk om hem consequent élke keer voor het slapengaan zijn tanden te laten poetsen. De rest van de dag laat je hem spelen en leuke dingen doen, maar voor het slapengaan even niet. Is dit zielig? Nee. Betekent dit dat hij non-stop aan het tandenpoetsen is en nooit meer mag spelen? Nee. Besluit jij dat hij zijn tanden niet meer hoeft te poetsen als een willekeurige voorbijganger op straat tegen jou zegt hoe belachelijk ze het vindt dat je elke dag zijn tanden poetst? Nee hè?
Nou, zo is dat dus ook met een hulphond.  

Kinderen en honden leren, door duidelijke begrenzing en regels te krijgen. Een hulphond in opleiding, is in eerste instantie een pup. Ze speelt, ze slaapt en ze wordt doodgeknuffeld, en daarnáást krijgt ze af en toe een taak om niet te reageren op andere mensen of dieren.
Ze heeft genoeg wandelingen waarin ze lekker gek mag doen en met iedereen kan spelen, maar zodra ze haar dekje om krijgt, even niet. Net als het commando “zit” of “poot”, leert een hulphond haar dekje te associëren met bepaald gedrag. Voor haar wordt het een gewoonte, waar niks zieligs aan is. Maar voor dit een gewoonte wordt, moet ze het wel eerst leren.

Pippa kan voor jou een schattig hondje zijn, maar voor mij is ze onmisbaar. Voor mij is ze de kans op herstel van mijn ziekte, voor mij is ze de kans op een normaal leven.
Wat voor iemand anders één keertje aaien is, betekent voor Pippa dat ze kennelijk wél op anderen mag reageren met haar dekje om. Die ene keer aandacht, betekent dat ik weer uren extra met haar moet trainen om deze associatie eruit te krijgen.
Een puppy heeft duidelijkheid nodig, en geloof me, ook ik vind dat heel moeilijk. Ze is heel lief en schattig, maar ook zij moet leren. Elke volwassen hulphond, is ooit een kleine pup geweest.

Ik zucht. Hoewel ik weet dat het geen zin heeft de discussie met deze mensen aan te gaan, blijf ik dit lastig vinden. De vrouw kijkt me kort aan en richt zich vervolgens weer op Pippa. Dan neem ik een besluit.
Pippa is een hulphond in opleiding. Ze is míjn hulphond in opleiding.
Ik bepaal de regels, samen met mijn trainers, en niemand anders.
“Klopt. Ze is verschrikkelijk zielig, ik weet het. Maar het antwoord blijft nee”, zeg ik. Vervolgens zet ik Pippa weer op de grond, draai ik me om en lopen we samen weg.
Zo. 1-0, voor team Pip & Soof.