“Nee maar kijk, technisch gezien zóu het dus kunnen dat ik minder spiermassa krijg als ik minder ga lopen en dat ik dan afval. En dat willen jullie niet, dus ik denk dat het beter is als ik het hou op minimaal 17.000 stappen per dag.” Ik schuif ondertussen strategisch een liga evergreen onder mijn notitieboekje en kijk mijn therapeut strak aan.  

“En daarbij wordt door de hartstichting aanbevolen om minimaal 1 uur per dag aan matig intensieve inspanning te doen. Oh en wist je dat 2 tot 3 keer per week bot- en spierversterkende activiteiten extra gezondheidsvoordeel meebrengen? En gezien het feit dat ik van jullie ook al niet mag sporten, is het dus éigenlijk heel slecht voor me als ik minder ga lopen!”

Mijn therapeut trekt een wenkbrauw op en probeert haar gezicht in plooi te houden. “Zeg Soof, weet je toevallig ook wat de hartstichting aanbeveelt te eten per dag? En wat zeggen ze over meisjes met anorexia?”

Op dat moment weet ik dat ik de discussie heb verloren. Ik probeer nog even te onderhandelen, maar tevergeefs. Ze houdt voet bij stuk, en uiteindelijk ga ik onder luid protest akkoord met 12.000 stappen per dag.

In de periode dat ik nog ambulant in behandeling zat, had ik in principe veel vrijheid. Mijn behandelaar floot me regelmatig terug als ik te grote doelen stelde (ik was toen nog zeer overtuigd van het idee dat ik in een paar weken mijn eetstoornis wel zou hebben opgelost), en alle afspraken gingen in goed overleg. Het idee was dat we elke week kleine stapjes zouden maken en daar kon ik me goed in vinden.

In de media komen regelmatig filmpjes en verhalen voorbij van meisjes die de boel bij elkaar liegen en weigeren mee te werken aan behandeling. Zo was ik niet. Wat in mijn voordeel werkte (en in het nadeel van de anorexia), was dat ik niet kan liegen. Het gaat tegen mijn principes in, en de enkele keren dat ik ergens omheen probeer te praten, is dat gelijk aan mijn gezicht af te lezen.

Het punt was dat ik wel wilde herstellen, ik wist alleen niet hoe. Wanneer op het journaal weer werd gesproken over het belang van minder suiker en meer bewegen, voelde ik me direct aangesproken. Als er ergens een nieuw onderzoek verscheen over overgewicht, was ik er van overtuigd dat ik dat misschien ook wel had, alleen dat we dat nog niet helemaal zeker wisten.

Gelukkig kon ik het hier goed over hebben met mijn behandelaar, en sloten we een deal. Ik zou me houden aan de afspraken en haar vertrouwen op haar woord, en als ik toch ineens te dik zou worden, dan zou ze het me zeggen en mocht ik afvallen tot een gezond gewicht. Dat dat niet zou gebeuren, was even terzijde. Het stelde me gerust om me hier aan vast te houden, waardoor ik langzaam tegenbewegingen kon maken richting de anorexia.

Zo ook het stappenprobleem. Ergens wist ik dondersgoed dat de hoeveelheid die ik bewoog niet gemiddeld was, maar de angst dat ik anders dik zou worden was groter.

Na een uur te hebben overlegd en concreet plannen te hebben gemaakt, had ik het idee dat het me wel zou lukken het aantal stappen per dag te beperken naar 12.000. Mijn therapeut waarschuwde me dat we ook dit aantal uiteindelijk zouden gaan verlagen, maar dat ze voor nu heel tevreden zou zijn als ik me aan deze afspraak zou houden.

Ik sta op, pak mijn tas en wil naar de deur lopen, als ik mijn therapeut achter me hoor. “Sophie? Die evergreen gaat zichzelf niet opeten, doe jij dat nog even voor je naar huis gaat?”