Het is maandagochtend negen uur, en iedereen zit braaf in de woonkamer te wachten tot het standaard rustmoment van na het ontbijt voorbij is. Ik heb met hoge uitzondering voor elkaar gekregen dat ik voor een telefoongesprek met mijn psychiater tijdens de zogenaamde “nazit” naar mijn kamer mag, dus glip ik de woonkamer uit wanneer het schermpje van mijn mobiel oplicht. Zodra ik de vertrouwde stem van mijn vaste behandelaar hoor, barst ik los.

 “Hans, je móet me helpen. Ik word hier echt helemaal gek. Er is een vrouw die me telkens vraagt of ik wortels voor haar wil kopen, en een ander blijft maar zeuren dat ik me niet aan haar cruesli-regels hou. Cruesli-regels Hans, ze heeft een hele cruesli-etiquette bedacht! En dan heb ik het nog niet eens over het feit dat ik nu al dríé dagen gekookte aardappels moet eten. Like: 1980 wil haar eten terug, wie eet er nog gekookte aardappels tegenwoordig?!”

Aan de andere kant van de lijn hoor ik Hans grinniken, “Goedemorgen Sophietje. Het is goed om te horen dat je zelfs onder deze barmhartige omstandigheden je scherpzinnigheid niet bent verloren.”

Ik rommel aan het slot van mijn slaapkamerdeur tot hij opengaat en struikel vervolgens bijna over een rondslingerende schoen. “Nee, maar serieus. Hans, ik kan dit niet. Ik weet niet hoe lang ik dit hier nog volhou. Je kunt de afdeling alleen af wanneer een socio je eruit laat, omdat er kennelijk mensen gedwongen zijn opgenomen hier die anders ontsnappen. Ik mag niet eens alleen naar buiten. Er zijn mensen die huilend over de gang worden gesleept om sondevoeding te krijgen, en mensen die overal eten verstoppen. Ik wil écht beter worden, maar dit voelt niet als de juiste plek voor mij en ik weet niet wat ik moet doen.”

Het blijft even stil aan de andere kant van de lijn. “Hoe moeilijk dit ook is, het stelt mij gerust om te weten dat je veilig bent. Ik heb me veel zorgen om je gemaakt. Het was met jouw hart en bloedwaardes afwachten tot het mis zou gaan, je lichaam is op. Aan de andere kant klinkt dit inderdaad niet als de juiste afdeling voor jou. We moeten een manier bedenken waarop je de hulp kunt krijgen die je nodig hebt, zonder dat het je zoveel stress oplevert. Het moet voor jou wel haalbaar zijn om hier te blijven. We gaan hier uit komen, jij kunt dit aan.”

Ik haal diep adem, “beloofd?”. “Beloofd.”

Iets in zijn stem maakt dat ik kalmeer, en mijn paniek daalt. De afgelopen dagen waren zo intens, dat ik me elke minuut afvroeg in wat voor een hel ik was beland. In tegenstelling tot de rest van de cliënten, was ik niet gewend aan een klinische setting. De routine in een kliniek was bizar in vergelijking met mijn dagelijkse leven. Ik kende de verhalen uit boeken, maar in geen geval was dit te vergelijken met wat ik afgelopen weekend had meegemaakt.

Een van de dingen die ik al van kleins af aan heb, is de vervelende neiging van mijn hersenen om letterlijk alles op te slaan wat ik zie. Dit was op de universiteit in mijn voordeel, omdat leren voor tentamens me een stuk makkelijker af ging dan gemiddeld, en tijdens mijn stageperiode op het conservatorium pikte ik daardoor moeiteloos alle nieuwe muziek op, omdat ik na 2 keer luisteren alles na kon spelen. Wanneer je 24 uur per dag opgesloten zit in een groep met doodzieke mensen, is dit echter niet ideaal. De beelden van alle extreem magere vrouwen, alle regeltjes, de nieuwe omgeving, het feit dat ik moest eten, en ga zo maar door. Het bleef zich maar herhalen in mijn hoofd, en ik werd gillend gek. Door onderbezetting wegens de vakantieperiode, was de afdeling verschrikkelijk druk. Ik kende de therapeuten niet, er waren enorm veel uitzendkrachten die 1x kwamen werken, en daarna nooit meer terugkwamen.

Dus op die maandagochtend, voelde het als een geschenk uit de hemel om met een vertrouwd iemand te praten die mij serieus nam. Hans kende me al 7 jaar, en wist dat ik vaak alleen even mijn hart moest luchten en daarna in staat was mezelf weer te herpakken. We maakten een plan hoe ik de komende weken door zou komen, en spraken af dat ik me niet te veel van mijn omgeving zou proberen aan te trekken.

Toen deed Hans een suggestie, uiteindelijk doorslaggevend is geweest op meerdere gebieden. “Je weet dat je me altijd mag mailen, maar buiten dat, wil ik je sterk adviseren om alles op te schrijven. Ik heb je al vaker gezegd dat je kunt schrijven, jouw scherpe en unieke visie zouden tot een goed boek leiden. Gebruik deze ervaringen en zet ze om in tekst, zoals ik weet dat alleen jij dat kan. Soof, dit is jouw verhaal. Het is tijd dat jij controle pakt, en je verhaal gaat vertellen.” 

En die uitspraak, gaf me het zetje dat ik nodig had. Dit was het begin van Hapje voor Soof.